|
Flora
en Fauna van Tenerife:
Natuur
Het eiland is gedeeld door hoge bergformaties van het noorden
tot het oosten en naar het zuiden en de hellingen steil aflopen
tot aan zee. De noordelijke helft van Tenerife heeft de vruchtbare
valleien welke veelal zijn begroeid en tevens heeft het vele
uitgestrekte bananenplantages. De omgeving van de vulkaan de pico
El Teide, Las Canadas en de vallei van Orotava hebben een prachtig
natuurschoon. Tenerife heeft zwarte lavastranden op enkele
uitgezonderd. Las Canada is het natuurpark rondom de vulkaan de
Pico del Teide en heeft veel weg van een landschap op de maan.

Natuurschoon
Met name de noordelijke helft van Tenerife kent veel
natuurschoon, enkele groene hoge bergachtige gebieden zijn:
-
Anaga
-
Monte de las Mercedes
-
Punta del Hidalgo
Deze hierboven genoemde gebieden liggen in het noordoosten van
Tenerife boven de hoofdstad Santa Cruz en zijn een impossant
bergmassief met steile afgronden en aan de kust steile kliffen,
een ruig en afgelegen gebied met een aantal uitzichtpunten (sp.
miradors), waar weinig plaatsen liggen.

Wandelen
Wandelen op de Canarische eilanden is erg populair en de
mogelijkheden zijn dan ook divers, ook op Tenerife (Het gebied
rondom de Teide, andere goed uitgestippelde en gedocumenteerde
paden, langs de stranden of de barranco's (kloven). Met name het
dorp Vilaflor (1.500 m hoog) biedt een uitgestrekt wandelaanbod.
De keuken op Tenerife heeft een groot aanbod, vooral in de
toeristische centra

Fauna
De fauna op het eiland varieert van
miljoenen verschillende diersoorten.

Gekko's verschillen van
andere hagedissen door een aantal kenmerken. Zo zijn de schubben
meestal veel fijner waardoor de huid veel flexibeler is. Nadeel is
dat de huid makkelijker scheurt als een exemplaar wordt opgepakt
of aangevallen. Veel soorten gekko's gebruiken de staart als
vetopslag, veel andere hagedissen kunnen dat minder goed omdat de
schubbenhuid stugger is. De meeste gekko's, met uitzondering van
de onderfamilies Aleuroscalabotinae en Eublepharinae, hebben
doorzichtige oogleden die als een bril op het oog geplakt zitten
en mee-vervellen. De oogleden zijn doorzichtig zodat de gekko er
doorheen kan kijken. Ter bevochtiging van de ogen likt de gekko
met de tong over de oogleden. De meeste gekko's hebben klevende
gleufjes onder de tenen, waarmee ze over de gladste oppervlakken
kunnen lopen, zie ook het kopje bijzonderheden. Deze
kleefkussentjes ontbreken bij soorten die op de bodem leven, zoals
in woestijnen, omdat ze hier alleen maar last van zouden hebben.
Deze bodembewonende soorten hebben ondoorzichtige, beweegbare
oogleden omdat ze vaak graven, een 'bril' zou dan maar
beschadigen.
Gekko's
varieren in lengte van iets meer dan een centimeter tot 20-30
centimeter inclusief staart. Weinig soorten worden veel langer, de
langste ooit was ruim 60 cm, maar deze soort is waarschijnlijk
uitgestorven. Veruit de meeste gekko's zijn nachtactief en hebben
camouflagekleuren als grijs en bruin, slechts enkele soorten
hebben felle kleuren zoals de groene boomgekko (Naultinus
manukanus) en de Madagaskardag(-)gekko's uit het geslacht Phelsuma.
Deze soorten zijn dagactief en rusten 's nachts.
Madagaskardaggekko's snoepen wel eens nectar of vruchtsappen, maar
alle gekko's leven in hoofdzaak van insecten. Met name de
huisgekko's uit het geslacht Hemidactylus worden in warmere
streken erg gewaardeerd omdat ze zich weinig aantrekken van de
mens. In stedelijke gebieden ruimen ze vele insecten op, zoals
huiskrekels en kakkerlakken. Er zijn echter ook soorten die
vanwege de schreeuwerige paargeluiden wat minder geliefd zijn.
Sommige gekko's, zoals de tokeh (Gekko gecko) kunnen flink
bijten, maar alleen als ze worden opgepakt en meestal wordt eerst
een schreeuwend geluid gemaakt als waarschuwing. Een aantal
soorten gekko's is populair in de dierenhandel, zoals veel Phelsuma-soorten
en de woestijngekko. awiohsr;
Bijzonderheden
 |
|
Gekko's staan bekend om hun vermogen om tegen allerlei
oppervlakken te klimmen, zelfs verticaal en ondersteboven op glas,
het komt ook voor bij veel anolissen, zoals de roodkeelanolis (Anolis
carolinensis). Dit doen ze door middel van speciale gegleufde
kussentjes op hun tenen, ook wel lamellae genoemd. Jarenlang werd
gedacht dat het hechtoppervlak een soort 'klittenband'-achtige
werking had. Onlangs bleek dat dit wel ongeveer klopte, maar de
hechting wordt niet veroorzaakt door draadjes die in elkaar haken,
maar door haartjes die uitlopers hebben die zó klein en talrijk
zijn, dat een natuurkundig verschijnsel optreedt: de Van der
Waalskrachten. Dit treed alleen op als het gecreëerde
hechtoppervlak enorm veel groter is dan het echte hechtoppervlak.
In het dagelijks leven spelen deze krachten geen rol, er is alleen
iets van te merken als de schaal heel erg klein wordt. De
gekko kan deze krachten echter niet 'aan' en weer 'uit' zetten,
hij plakt vast aan een oppervlak zodra de tenen contact maken, en
kan pas weer los komen door de tenen in een hoek van ongeveer
dertig graden op te lichten. Het bijzondere aan deze aanpassing is
dat het systeem altijd werkt; sommige gekko's kunnen meer dan 10
jaar oud worden en er zijn geen vloeistoffen of andere stoffen
benodigd.
Een andere eigenschap van gekko's is dat ze hun staart meestal
laten 'vallen' als ze hieraan vastgegrepen worden. De staart
breekt af bij een speciaal breukvlak in de staartwervels. Hij
groeit daarna aan en zal bij alle latere keren weer daar afbreken.
Dit verschijnsel heet autotomie en ziet men ook bij veel andere
hagedissen, maar ook bij regenwormen, sommige vissen en veel
geleedpotigen, hoewel er hierbij ook wel sprake is van
regeneratie.
Ontwikkeling
De voorouder van de gekko's was de uitgestorven familie
Ardeosauridae. Het oudst bekende lid is de 150 miljoen jaar oude Ardeosaurus.
Het is nog onbekend hoe de zeer kleine haartjes op de tenen zich
hebben ontwikkeld.
Als je een Gekko in huis hebt, op de muur binnen, zet hem nooit
buiten. Een Gekko brengt geluk!!!!!
Ook hier te vinden:
Sponsors:

|